Zonnepanelen op landbouwgrond?
Het is al enige tijd bekend dat er een omgekeerde correlatie bestaat tussen de temperatuur van een zonnepaneel en de elektriciteitsproductie: hoe kouder het paneel hoe hoger de elektriciteitsproductie. Omwille van het hitte-eilandeffect – het fenomeen dat stadskernen een hogere temperatuur hebben dan minder bebouwde of onbebouwde zones – is waargenomen dat identieke zonnepanelen minder elektriciteit produceren in de stedelijke gebieden. Met die kennis vroeg men zich af in welke mate het mogelijk was om zonnepanelen op landbouwgrond te plaatsen. Uit onderzoek op enkele prototypes bleek dat niet enkel de zonnepanelen een verhoogde elektriciteitsopbrengst leverden, maar ook een gunstig effect hebben op de groei van de onderliggende gewassen. Lichtschuwe gewassen hebben aan 4 à 6 uur direct zonlicht per dag voldoende. Meer licht kan de plant net beschadigen en de grond onnodig verder uitdrogen. Doordat het teveel aan zonlicht werd opgevangen door de zonnepanelen, lag het daggemiddelde aan ontvangen zonlicht dichter bij de ideale standaard van het gewas.
Tegelijkertijd zorgt de evapotranspiratie van de onderliggende gewassen voor afkoeling van de zonnepanelen, wat resulteert in een hogere elektriciteitsproductie. Zonnepanelen op landbouwgrond kunnen tot wel 10 à 15 % meer elektriciteit produceren in vergelijking met zonnepanelen op een dak in bebouwde zone. Dit concept werd omgedoopt tot ‘agrivoltaics’ of ‘AgriPV’.